In de tentoonstelling: Het leven en dood achter de palissade wordt meer verteld over het leven achter deze pallisade die in 1957 is opgraven in het Evertsbos.
Het verhaal van de opgraving:
In 1956 werd het Grote Heideveld tussen Anloo en Eext omgevormd tot bos. Dit werk werd uitgevoerd door de BV Bosaanplanting Terborgh, die eigendom was van de familie Everts. Tijdens het ploegen van de grond gebeurde er iets bijzonders: er werden potscherven en vuurstenen werktuigen gevonden uit de prehistorie.
Deze vondst trok de aandacht van archeoloog professor Waterbolk, die besloot onderzoek te laten doen. In 1957 en 1958 werd het gebied grondig onderzocht. Daarbij bleek dat hier in de prehistorie heel veel jaren lang mensen hadden gewoond.
De archeologen ontdekten urnengraven uit de IJzertijd, zo’n 800 v.Chr., waarin ook grafgiften lagen. Daarnaast werden er aardewerkscherven en vuurstenen werktuigen gevonden uit de Bronstijd (1500 v.Chr. het uit het Neolithicum, 3200 v.Chr. Sommige scherven bleken afkomstig te zijn van de Trechterbekercultuur, een van de oudste landbouwculturen in Nederland en bouwers van de hunebedden.
Ook werden er bijzondere sporen in de grond gevonden. In het zand waren donkere vlekken zichtbaar. Dit bleken resten te zijn van palissaden: rijen houten palen die ooit in de grond stonden, mogelijk als omheining of bescherming.
Al deze vondsten laten zien dat dit gebied duizenden jaren geleden al een belangrijke plek was voor mensen om te wonen en te leven.
Belangerijke conclusies
Tijdens de opgraving in Anloo zijn belangrijke ontdekkingen gedaan die ons veel vertellen over het leven van mensen in het verleden.
Zo zijn er resten gevonden van palissaden en omheiningen. Dit laat zien dat mensen toen al in beveiligde, georganiseerde nederzettingen woonden. Binnen deze omheiningen leefden zij samen en hielden ze vee. De plek is bovendien duizenden jaren lang gebruikt, wat aangeeft dat het een belangrijke locatie was.
De opgraving laat ook zien dat verschillende culturen hier hebben geleefd. Niet alleen de trechterbekercultuur, maar ook de standvoetbekercultuur en de klokbekercultuur waren hier aanwezig. Dit betekent dat mensen door de tijd heen ideeën en gewoonten van elkaar hebben overgenomen.
Buiten de omheiningen zijn urnengraven uit de IJzertijd, zo’n 800 v.Chr. gevonden. Deze geven inzicht in hoe mensen hun doden begroeven en zeggen iets over hun geloof en tradities.
Daarnaast zijn er veel gebruiksvoorwerpen gevonden, zoals maalstenen, vuurstenen schrabbers en mesjes en ook bakplaten. Voorwerpen van hout, been, kleding of gemaakte voorwerpen van plantaardig materiaal zijn verdwenen doordat ze in de loop van de tijd zijn vergaan. Toch laten de overgebleven vondsten goed zien hoe mensen leefden en werkten.
Alles bij elkaar geven deze ontdekkingen een duidelijk beeld van het dagelijks leven, de ontwikkeling van technieken en de verschillende activiteiten van de mensen die hier vroeger woonden.
Bron: www.ahn.nl – Boswachterij Anloo e.o. Vooral de Celtic fields of raadakkers zijn goed herkenbaar






