Skip to main content

Voor haar master archeologie heeft Anouk Kroezen stagegelopen bij Vondsten on Tour, een project van het Hunebedcentrum. Tijdens deze stage heeft zij onderzoek gedaan naar de archeologie van gemeente Westerveld en hier korte stukken over geschreven voor het Hunebednieuwscafé. Met haar stukken wil Anouk mensen meenemen in de rijke geschiedenis van Westerveld en laten zien hoeveel moois er te ontdekken valt. In deze artikelen vertelt Anouk meer over de opgraving van het hof van Kalteren.

Wie vandaag door het rustige Drentse landschap bij Diever wandelt, zie je vooral rust, bossen en oude esdorpen. Maar in de middeleeuwen was dit gebied veel levendiger dan je misschien zou denken. Op nog geen kilometer van de huidige kerk van Diever lag namelijk een belangrijk centrum van macht en landbouw: het hof van Kalteren, ook wel Calthorne genoemd. 

Het hof van Kalteren maakte deel uit van een netwerk van domeinhoven dat in Drenthe al in de vroege middeleeuwen ontstond. Deze hoven waren eigendom van de bisschop van Utrecht, die vanaf 1046 zowel de wereldlijke als de geestelijke macht had in Drenthe. Zulke hoven waren plekken waar de pachten van horigen werden geïnd en de administratie werd bijgehouden. De boeren die op bisschoppelijke grond woonden, droegen dus hier hun graan, vee of andere producten af. Het hof van Kalteren wordt voor het eerst genoemd in een oorkonde uit 1209, waarin staat dat een boerderij “gelegen naast de hof Calthorne” werd geruild met het klooster van Ruinen. Uit deze ruil blijkt dat het hof op dat moment al een gevestigde positie had, bovendien was het de belangrijkste en grootste boerderij in de wijde omgeving. Het werd niet door de bisschop zelf beheerd, maar was in leen gegeven aan een man genaamd Hugo Storm. 

Een reconstructie van het hof van Kalteren in de 12e eeuw. Bron: Spek 2014 

Archeologisch onderzoek in 2005 bracht het erf van Kalteren opnieuw aan het licht. Wat daar werd gevonden was indrukwekkend: een groot middeleeuws boerenerf met het grootste woonstalhuis van zijn soort (Gasselte B) dat tot nu toe in Drenthe is gevonden. Dit type gebouw, langgerekt en robuust, bood onderdak aan zowel bewoners als vee. Rondom het hoofdgebouw lagen schuren, spiekers (graanopslag) en een moestuin, wat wijst op een goed georganiseerd agrarisch bedrijf. Het was dus een druk erf waar dagelijks hard werd gewerkt.

De sporenkaart van de opgraving van het hof van Kalteren. Bron: Spek 2014 

De ligging van het hof is veelzeggend. Het lag op de overgang van hogere zandgronden naar lager veen, dicht bij oude routes en op korte afstand van de kerk van Diever. Die kerk zelf heeft ook een bijzondere geschiedenis: onder het huidige gebouw ligt een vroegmiddeleeuws grafveld en de resten van meerdere houten kerken. Er wordt vermoed dat deze eerste kerk een eigenkerk van de bisschop van Utrecht was, gebouwd op bisschoppelijk domein. De nabijheid van het hof van Kalteren lijkt dit te bevestigen: kerk en hof vormden samen een zowel religieus als bestuurlijk centrum in Drenthe. Het hof van Kalteren was daarmee veel meer dan een boerderij. Het was een plek waar beslissingen werden genomen, waar pachten werden verzameld en waar de macht van de bisschop zichtbaar was. In een tijd waarin Drenthe grotendeels bestond uit heidevelden, esdorpen en uitgestrekte veengebieden, was het hof een punt van structuur en gezag. Het stond in verbinding met andere hoven in Anloo en Emmen, die samen het fundament vormden van het bisschoppelijke domeinbeheer. 

Hoewel het hof van Kalteren uiteindelijk verdween uit het landschap, weten we dankzij archeologie en oude documenten hoe belangrijk het ooit was. Het laat zien dat Drenthe in de middeleeuwen geen geïsoleerde uithoek was. Hier, bij Diever, lag een knooppunt van handel, bestuur en geloof en het hof van Kalteren stond daar middenin.  

 

Literatuur 

Kiefte, D., te (2013) Middeleeuwse houten kerken in Diever en Rolde. Nieuwe Drentse Volksalmanak, pp. 159-185. 

Laan, T., van der (2022) Het kastelenlandschap van Zuidwest-Drenthe, masterscriptie, Rijksuniversiteit Groningen. 

Spek, T. (2014) Domeinhoven en -goederen van de bisschop van Utrecht en de Utrechtse kapittels in middeleeuws Drenthe. Westerheem, 3, pp. 247-259.