De auteur van dit artikel is Joke Benjamins, lid van de werkgroep van Aa en Hunze.
Wanneer je een wandeling maakt door de boswachterij van Anloo, ook wel het Evertsbos geheten naar de familie die het bos 100 jaar geleden heeft aangelegd, loop je over grond die al millennia in gebruik is. Bijna onvoorstelbaar dat hier minstens 5000 jaar geleden al sprake was van lief en leed en dat het is blijven doorgaan tot in de huidige tijd en hopelijk verder.
Het lief is niet zo direct waarneembaar, het hoogstwaarschijnlijke leed wel. Daarvoor hoeven we maar te kijken naar de hunebedden en de grafheuvels, beide grafmonumenten. Herinneringen aan overleden mensen, opgericht door hun geliefde nabestaanden die er hun verdriet mee verlichtten. Dus ja deze monumenten tonen zowel lief als leed. Onzichtbaar voor de oppervlakkige beschouwer zijn de overblijfselen van de raatakkers, Celtic fields. Met de Lidartechniek zijn deze structuren goed te zien.
De rode bal in het midden geeft het bewuste perceel aan.
Hessel de Vries, natuurkundige aan de Universiteit Groningen, ontdekte op het bewuste perceel in 1950 enkele potscherven en andere mogelijk belangrijke artefacten. Hij bracht de archeologen van de universiteit op de hoogte en archeoloog Willem Glasbergen hield het heideterrein jarenlang in de gaten. Toen er bos op geplant werd besloot hij in 1957 tot een opgraving samen met Tjalling Waterbolk.
In 1958 is er een grote opgraving geweest waar veel uit is geleerd en die veel artefacten heeft opgeleverd. Helaas was er toen nog geen Lidar en ook helaas is het verslag van die actie minder uitgebreid dan we het graag zouden zien maar gelukkig hebben we wel foto’s en samen met het verslag kunnen we er dan toch iets moois mee maken.
Op deze locatie is menselijke activiteit geweest gedurende vele millennia in de prehistorie. Sporen uit de Midden Steentijd, het Mesolithicum, tot en met de Bronstijd. Artefacten en andere sporen die elders ook wel gevonden zijn wijzen dat uit maar er springt één ding vooral in de aandacht: een palissade! Ook wel omheining of in het Engels een enclosure genaamd.
Een voorbeeld van een enclosure, in dit geval die bij Goseck, Saksen-Anhalt in Duitsland die als observatorium beschouwd wordt.
Er werden direct al funderingsgreppels aangetroffen voor een houten omheining die niet tot de Trechterbekercultuur leek te behoren, dus geen hunebedbouwers. De iets latere cultuur van de Standvoetbekers zou debet zijn aan deze omheining of wel de palissade, hoewel er op het binnenterrein toch enkele artefacten van Trechterbekers gevonden werden. De latere Klokbekercultuur heeft de palissade ook nog gebruikt.
Het is jammer dat er in het verslag een dubieuze naam aan gegeven is, men noemde het met enige twijfel een veekraal en het is altijd erg lastig om van een eens gegeven naam af te komen. Laten we toch proberen om het vanaf nu bij palissade houden. De Palissade van Anloo.
De plattegrond van de opgraving.
Het is een unieke palissade, een driedubbele ring die niet rond is maar nogal vreemd gevormd. De binnenste ring zal de oudste zijn maar ook is mogelijk dat ze alle drie in dezelfde periode zijn gebouwd. De ruimste breedte is 70 meter. De palen die zijn gebruikt meten ca 20 cm in doorsnee en zijn 80 cm diep ingegraven, denk eens aan het werk dat daarbij kwam kijken: zoveel van zulke dikke bomen kappen met stenen bijlen! En hoe werden die dikke stammen zo diep de grond ingedreven?
Als het dan geen kraal is wat is het dan wel? Natuurlijk zijn archeologen geneigd er een rituele functie aan toe te dichten, en waarom ook niet? In alle tijden houden mensen van rituelen.
De kringen hadden ieder 3 openingen met een breedte van 100 tot 150 cm waardoorheen een mens makkelijk naar binnen kon. Die ingangen waren met extra palen versterkt. Een ingang om het ritueel te beginnen en een uitgang als men gelouterd was, zou dat kunnen? Of een ingang voor de deelnemers aan de rite en een ingang waar de te offeren dieren door naar binnen geleid werden?
Laten we het dus houden op een met palissades omheinde cultusplaats. Waarschijnlijk is de binnenste ring de oudste en heeft de toestand van de grond ter plaatse mede de vorm bepaald. Het is zwaar keileem uit de voorlaatste ijstijd, het Saalien met daarover dekzand uit de laatste ijstijd het Weichselien. Nu is nog steeds een lichte verhoging te zien in het veld. Het moet zwaar te bewerken grond geweest zijn, en dat moet nog steeds het geval zijn zelfs met moderne machines…
Veel van de mooie opgegraven artefacten zijn in het bezit gebleven van de familie Everts die het perceel destijds bezat. Zoals een prachtige maalsteen met loper, onbeschadigde potten en vuurstenen gereedschappen.






