Skip to main content

Voor haar master archeologie heeft Anouk Kroezen stagegelopen bij Vondsten on Tour, een project van het Hunebedcentrum. Tijdens deze stage heeft zij onderzoek gedaan naar de archeologie van gemeente Westerveld en hier korte stukken over geschreven voor het Hunebednieuwscafé. Met haar stukken wil Anouk mensen meenemen in de rijke geschiedenis van Westerveld en laten zien hoeveel moois er te ontdekken valt. In deze artikelen vertelt Anouk meer over de opgraving van de kerk van Diever 

In 1955 werd de imposante Sint-Pancratiuskerk in Diever gerestaureerd. Echter veranderde deze restauratie snel in een ontdekkingstocht door de vroege middeleeuwen. Archeoloog Herre Halbertsma van de toenmalige Rijksdienst voor Oudheidkundig Bodemonderzoek werd ingeschakeld. Onder de stenen vloer vond hij een verborgen wereld. Wat ze aantroffen, was een soort tijdcapsule: resten van meerdere houten voorgangers van de huidige kerk én een compleet grafveld dat daar nog onder lag. De oudste sporen dateren waarschijnlijk uit de 10e eeuw, mogelijk zelfs iets eerder.  

De Sint Pancratiuskerk te Diever. Bron: kerkfotografie Nederland 

Het grafveld 

Onder de oudste houten kerk lag een grafveld. De doden lagen allemaal op hun rug, met het hoofd naar het westen en de voeten naar het oosten, wat typisch is voor christelijke begravingen. Er zijn geen grafgiften gevonden, wat past bij de gewoonten vanaf de 8e–9e eeuw, toen het meegeven van voorwerpen langzaam verdween. 

De graven lagen niet netjes in rijen, maar kriskras door elkaar. Dat wijst erop dat het grafveld langere tijd in gebruik was en dat men niet werkte met een strak plan, maar met een meer natuurlijke groei. Opvallend is dat veel graven waren omgeven door kleine paaltjes. Die vormden waarschijnlijk een soort hekwerk of markering, zodat de graven boven de grond herkenbaar bleven. Dit soort paaltjes rondom graven zijn eerder aangetroffen in het Looveen bij Wijster, archeoloog Albert Egges van Giffen (die de opgraving leidde) kwam ook tot de conclusie dat het grafmarkeringen waren. 

De eerste houten kerk 

Boven op dit grafveld werd later een houten kerk gebouwd. De archeologen die de kerk opgroeven dachten eerst dat er drie verschillende houten kerken hadden gestaan. Maar een herinterpretatie van de tekeningen laat zien dat het waarschijnlijk om één grote drieschepige kerk ging. Drieschepig betekent dat er binnen in de kerk twee rijen van palen waren die het dak ondersteunden, waardoor de kerk verdeeld werd in drie delen, drie schepen dus. Dat is bijzonder, want in Drenthe zijn houten kerken meestal klein en eenschepig.  De kerk in Diever was met zijn 20 meter lengte en bijna 8 meter breedte een fors gebouw. Waarschijnlijk is het grote formaat te verklaren door het nabijgelegen hof van Kalteren, wat een bestuurlijk centrum was in middeleeuws Drenthe. Daarnaast was de kerk in Diever waarschijnlijk een eigenkerk van de bisschop van Utrecht. De vloer in het oostelijke deel lag iets hoger dan in het westen, wat duidt op een scheiding tussen schip en koor, een typisch kerkelijk kenmerk. Het gebouw lijkt qua vorm op de grote woonstalhuizen uit de vroege middeleeuwen. Toch is men erover eens dat dit een kerk was, aangezien de ligging op een grafveld en de interne indeling. 

Veldkeien in de fundering van de Sint Pancratiuskerk (bron: NAD Nuis) 

De tweede houten kerk 

Na deze eerste houten kerk volgde een tweede fase. Daarbij werd een nieuwe constructie gebouwd op een fundering van veldkeien. Dat klinkt misschien simpel, maar het was een belangrijke technische stap: door de houten staanders op stenen te zetten, voorkwam men dat ze wegrotten in de vochtige grond. Deze tweede kerk was waarschijnlijk iets kleiner en eenvoudiger van vorm. Aan de westkant stonden drie grote palen die mogelijk een kleine toren of voorbouw droegen. Het geheel lijkt te dateren uit de 11e eeuw. 

De opkomst van de stenen kerk 

In de 11e of 12e eeuw werd de overstap gemaakt van hout naar een stenen kerk. Dat was geen kleine verandering: een stenen kerk was duur, technisch ingewikkeld en vooral een teken dat een gemeenschap zich blijvend had gevestigd. De eerste stenen kerk in Diever bestond uit drie onderdelen: een eenvoudig schip,een rond koor en een losstaande toren. Losse torens zijn een typisch kenmerk voor Drenthe. Het bouwen van een zware toren direct tegen de kerk aan was technisch riskant; door hem apart te zetten, voorkwam men schade aan het schip. De toren had bovendien de functie van herkenningspunt in het landschap, een soort middeleeuwse vuurtoren voor reizigers over de heide. Het ronde koor was klein en sober. Toch markeerde het een belangrijke ruimte: hier stond het altaar en lag het heiligste deel van de kerk. De overgang van hout naar steen betekende ook dat de kerk een centrale rol kreeg in het dorp: als gebedshuis, als ontmoetingsplek en soms zelfs als toevluchtsoord. 

Opgravingswerkzaamheden in en rondom de kerk in volle gang (bron: NAD Nuis) 

 

Vele uitbreidingen 

In de 14e eeuw veranderde het silhouet van de kerk erg. Het oude ronde koor werd afgebroken en vervangen door het huidige gotische koor, die juist veelhoekig is. Dat was een bouwstijl die toen in heel Noordwest-Europa populair was: hoger, lichter, eleganter. Grote spitsboogvensters lieten meer licht binnen en de kerk kreeg een uitstraling die we nu typisch “middeleeuws” noemen. 

In de 16e eeuw volgde opnieuw een grote uitbreiding: aan beide kanten van het schip werden zijbeuken aangebouwd. Daarmee werd de kerk driebeukig, zoals we die nu kennen. Door deze uitbreiding kwam de oorspronkelijk vrijstaande toren ineens in de kerk te staan: hij werd letterlijk ingesloten door de nieuwe bouwmassa. Opvallend is dat de zuidbeuk hoger is dan de noordbeuk. Waarom dat zo is, weten we niet zeker. Mogelijk was het plan om later ook de noordbeuk te verhogen, maar is dat nooit uitgevoerd. De dichtgemetselde hoge bogen tussen schip en noordbeuk lijken die theorie te ondersteunen. 

In 1759 sloeg het noodlot toe: de kerk werd door bliksem getroffen en brandde grotendeels uit. De herbouw begon vrijwel meteen. Daarbij koos men voor een eenvoudiger dakconstructie: schip en beide zijbeuken kregen één groot dak. Ook de stenen gewelven werden vervangen door een houten zoldering. Pas bij de restauratie van de jaren 1950 werd de kerk weer in haar middeleeuwse vorm hersteld.  

Zo ontvouwt de kerk van Diever zich niet alleen als een monument van steen, maar als een gelaagd verhaal van bijna duizend jaar religie, gemeenschap en bouwkunst. Onder haar vloer ligt een stille geschiedenis die laat zien hoe het dorp groeide, veranderde en zich steeds opnieuw aanpaste. De Sint‑Pancratiuskerk is daarmee niet alleen een gebouw, maar een tastbare tijdreis door de Drentse middeleeuwen. 

 

Bronnenlijst 

Hervormde Gemeente Diever (2023) Pancratiuskerk Diever, wetenswaardigheden.  Boekje-wetenswaardigheden-Pancratiuskerk.pdf 

Kerkfotografie Nederland (z.d.) Pancratiuskerk Diever. Beschikbaar op: https://kerkfotografie.nl/sint-pancratiuskerk-diever/  

Kiefte, D., te (2013) Middeleeuwse houten kerken in Diever en Rolde. Nieuwe Drentse Volksalmanak, pp. 159-185. 

NAD Nuis (z.d.) Diever-NH Kerk opgraving. Beschikbaar op: NAD Nuis – collectiesite